Tengel 0000.0011

 

 Literatuur

 

- Haslinghuis, E.J. & H. Janse, Bouwkundige termen. Verklarend woordenboek van de westerse architectuur- en bouwhistorie. Leiden (Primavera Pers), 19973e druk, sterk uitgebreid [644 blz. ISBN 90.74310.33.8]. Hierin o.a.: "Tengel": blz. 456; "Rachel": 370 (= tengel, waaraan stucwerk wordt bevestingd)

- Jellema, R. & M.C.A. Meischke & J.A. Muller (red.), Bouwkunde. Leerboek voor het middelbaar technisch onderwijs, deel 6. Delft (Waltman), z.j. (1956)3e druk. [208 blz. ISBN -]. Hierin o.a.: blz. 16 (onder: hout, handelsvormen: "tengel": ½" x 2" tot 1" x 3")

- Kloes, J.A. van der, Onze bouwmaterialen. Deel IV: Hout. Amsterdam (Veen), 19253e druk/voorwoord. [350 blz. ISBN -]. Hierin: blz. 173, 177 (de tengel wordt hier opgevat als een specifieke soort van de ^rachel of rafter)

- Korevaar, A., & A. Bijls & M. Gout & L. Stijnen, Bouwkundige Encyclopedie. Eerste deel: A - K. Amsterdam, Brussel (Elsevier), 1954. [679 blz. ISBN -]. Hierin: "Tengel", blz. 493

- Vigan, Jean de, Le petit Dicobat. Dictionnaire général du bâtiment. Ris-Orangis (Arcature), 1994. [957 blz. ISBN 2.9504805.2.7]. Hierin: blz. 509 ("Latte"), 510 ("Lattis": constructie die bestaat uit tengels, zoals onder meer een betengeling of het geheel van de panlatten)